Innovatie is een speerpunt bij Shell, en dat wilde de energiemultinational stimuleren in een transparant en open gebouw, dat alle onderzoeksfaciliteiten onder één dak brengt. Aan de brandveiligheid is bijzondere aandacht besteed; in het gebouw is ruim negenduizend vierkante meter brandwerende beglazing verwerkt. De wanden van de ‘chemicaliëngangen' zijn tweezijdig brandwerend en de brandwerende beglazing in vluchtroutes is boven het niveau uit het Bouwbesluit.
Aan de Noordelijke oever van het IJ in Amsterdam bouwde Shell een nieuw gebouw, het Shell Technology Centre, dat een oud complex met 29 verschillende gebouwen vervangt. Niet alleen Shell, dat de investeringen in Research and Development flink opschroefde, gaat erop vooruit. De gemeente Amsterdam is blij met de nieuwe mogelijkheden in Noord. De bekende oude Shell-toren krijgt een nieuwe bestemming en op de vrijgekomen grond komt high rise woningbouw. De verwachting is dat Amsterdam Noord nu een stuk populairder wordt en echt bij het centrum gaat horen.
Ontwerp
Het nieuwe onderzoekshoofdkwartier meet 80.000 vierkante meter en bevat laboratoria, testhallen, werkplaatsen en kantoren voor 1.300 mensen. In het gebouw staan niet alleen 290 zuurkasten en 900 grotere technische installaties opgesteld, maar ook een glasblazerij die zeer gespecialiseerd laboratoriumglaswerk produceert.
Voor de ingenieurs van Shell staat de functionaliteit centraal. Bim Pannenborg, Shell-projectdirecteur van de nieuwbouw, vertelt: ‘We werkten met een functioneel programma van eisen, en daaruit volgde de vorm van het gebouw.' Die functionaliteit betekende voor Shell dat onderzoeksfaciliteiten een centrale en zichtbare plek zouden krijgen. Maar er was meer, legt Pannenborg uit: ‘We wilden transparantie en openheid. We wilden laten zien wat de mensen doen en natuurlijke contactmomenten creëren. Innovatie is een speerpunt van Shell, en dat willen we stimuleren met toevallige ontmoetingen. Die bevorderen we met een open gebouw en door centrale plekken, waar iedereen komt, te creëren. Zo ontstaan makkelijker nieuwe ideeën en bij nieuwe projecten zit de integrale context er beter in.'
Brandwerend glas functioneel
Pannenborg is er uitgesproken over dat het niet ging om een ‘mooi' gebouw: ‘Het ging ons niet om het uiterlijk. Het glas was nooit een doel op zich, het is allemaal functioneel. Die combinatie van researchfaciliteiten, werkplaatsen en kantoren in één transparant gebouw leidde tot de toepassing van een grote hoeveelheid brandwerende beglazing. Om de vluchtroutes, transportroutes en brandcompartimenten af te scheiden, is ruim negenduizend vierkante meter brandwerend glas geplaatst.
Het ontwerp bestaat uit vijf parallelle gebouwen die door een glazen atrium verbonden zijn. Bij de positionering van de functies in het gebouw is goed met de oriëntatie rekening gehouden, legt Pannenborg uit: ‘De algemene kantoren liggen op het westen, en de laboratoriumvleugels op het oosten. In deze laatste zijn de laboratoria geplaatst aan de noordzijde, om wisselende inwerking van de zon te minimaliseren. De labkantoren liggen aan de zuidzijde.' Het atrium verbindt alles en geeft een enorme openheid in het gebouw. Dat is doorgetrokken tot in de kamers toe, vertelt Pannenborg: ‘Bijvoorbeeld de meeting rooms zijn open, soms met een strook gekleurd glas voor de privacy. Alle laboratoriumruimtes hebben transparante wanden. Je kunt in alle onderzoekshallen kijken.'
Aan het binnenklimaat is ook gedacht. Voor de grote ramen aan de zuidkant is automatische buitenzonwering aangebracht. De kantoorramen hebben een lichtwering aan de binnenzijde. De ramen in het atrium gaan automatisch open om te voorkomen dat het te warm wordt.
Proces
Jelle Feenstra, projectleider van aannemer Heijmans, maakt door de telefoon duidelijk dat de verschillende gebouwfuncties hun weerslag hadden op het bouwproces: ‘Het is weliswaar één gebouw, maar de manier van bouwen was heel anders. De kantoren zijn door een aparte ploeg gebouwd. De hallen en werkplaatsen waren voor ons qua planning veel moeilijker. Daar was werk van de installateur Burgers Ergon leading. Wanneer we daar wat gebouwd hadden, moesten we weer een paar maanden weg en werden er installaties aangebracht. Daarna konden we terugkomen om het geheel af te werken.'
Over het hele bouwproces zegt Feenstra: ‘Traditioneel is dat de projectleider overal een beetje vanaf weet. Hij kan dan het proces managen en aan iedereen vertellen waar hij op moet letten. Maar hier waren zoveel specialisten: over de installaties, over de gassen en de eigen deskundigen van Shell. We hebben dat uiteindelijk wel goed opgepakt.'
Brandveilig
Na de uitleg van projectdirecteur Bim Pannenborg geeft Jo Peters, locatiemanager van Shell, een rondleiding. Opvallend is dat er zowel open loopbruggen, als met glas afgeschermde gangen door het atrium voeren. Peters licht toe: ‘Die met glas afgeschermde gangen noemen we de chemicaliëngangen. Uiteraard moeten er wel eens chemicaliën of gevaarlijke stoffen verplaatst worden. Dat gebeurt alleen via die gang. Dat is veiliger, want de gang is goed geventileerd en de lucht wordt afgevoerd.'
Uiteraard is terdege nagedacht over de brandveiligheid, zeker vanwege de combinatie van onderzoeks- en kantoorfaciliteiten in één gebouw. Mark van Tilborg, sales manager bij Vetrotech, licht een bijzonder aspect toe: ‘Normaal gesproken ontstaat er in transportgangen geen brand. Dat is hier anders; het kan voorkomen dat brandbare stoffen vervoerd worden. Er is dus wel degelijk de mogelijkheid van brand. Daarom gaan we, in plaats van éénzijdig vuurbelaste wanden, van tweezijdig vuurbelaste wanden uit.'
Bij beglazing worden twee ‘soorten' of klassen brandwerendheid onderscheiden. De EW-klasse houdt in dat de hoeveelheid warmtestraling die door een brandwerende wand komt, beperkt blijft. De EI-klasse gaat verder en houdt in dat de oppervlaktetemperatuur van het glas aan de veilige zijde begrensd is. De bouwregels in Nederland gaan uit van EW-beglazing voor dit gebouw. Een deskundige namens Shell bracht in dat EI-beglazing veiliger is en in bepaalde situaties, bijvoorbeeld bij een opstopping in een vluchtroute, ook echt een verschil maakt. Feenstra was bij die gesprekken aanwezig en verwoordt het zó: ‘Ik kan me dat wel voorstellen; EW-beglazing houdt stand tijdens een brand. Maar EI-beglazing; daar kun je nog langs lopen wanneer het aan de andere kant brandt. Het zal me ook niet verbazen wanneer de brandveiligheidsregels op dit inzicht aangepast gaan worden.'
Shell koos uiteindelijk voor SGG CONTRAFLAM LITE EW60 omdat deze beglazing naast de EW- ook aan een EI-classificatie (voor 15 minuten) heeft. Op dit moment wordt de EI15 classificatie in Nederland nog niet officieel gebruikt, maar er is wel sprake van dat dit in de toekomst gaat gebeuren. De EI15 classificatie wordt onderschreven in een testrapport dat Efectis voor Vetrotech maakte. Van Tiborg, van Vetrotech Saint-Gobain: ‘De classificatie EW is veilig in combinatie met het geldende ontruimingbeleid binnen 15 minuten in Nederland. Maar classificatie EI heeft een temperatuursisolatie en geeft nog meer veiligheidsgevoel.' Na het plaatsen zijn de brandwerende ruiten extra vastgezet met stalen hoeklijnen in verband met doorvalveiligheid. De brandwerende beglazing rondom de liften en trappenhuizen is geplaatst in een constructieve staalconstructie,d ie brandwerend is gecoat..
Veilig bouwen
Bij Shell is veiligheid in de bedrijfscultuur verweven en er ligt ook een filosofie achter, legt Peters uit: ‘Om veiligheid goed te managen, moet je goed nadenken en plannen. Het gaat niet alleen om veiligheid, maar ook om efficiënte bedrijfsprocessen. In het eerste jaar gebeurde het bijvoorbeeld dat de cementwagen arriveerde, maar dat de vloer nog niet klaar was. Of omgekeerd.'
Peters vertelt hoe Shell met de bouwveiligheid omging: ‘We hebben Heijmans geholpen. Alles is geordend en we hebben veiligheidscoaches aangesteld. Er was extra geld voor beloningen wanneer men zonder ongevallen werkte. Maar andersom werden mensen die zich niet aan de veiligheidsvoorschriften hielden, weggestuurd.'
Dit bevestigt Feenstra: ‘Mensen die een veiligheidsregel overtraden, kregen eerst een waarschuwing. Daarna kregen ze een officiële gele kaart. Bij een volgende overtreding kregen ze een rode kaart en moesten ze van de bouw vertrekken. Shell is een heel hoog veiligheidsniveau gewend en het is er bij iedereen ingedrild om dat ook echt te halen. Maar Shell vraagt hierbij geen onredelijke dingen, de veiligheidsvoorschriften uit de wet staan in ieder bestek.'
Peters licht toe hoe Shell het veiligheidsbeleid monitort: ‘We houden statistieken bij en noteren alle ‘ongevallen' vanaf de kleinste dingen als doktersbezoeken, voor een hechting of voor het voorschrijven van een medicijn. Wij komen zo op één geval per miljoen werkuren. In de bouw wordt niet alles gemeten, maar daar is een schatting van honderd gevallen. In het begin zaten de bouwers op tien gevallen per miljoen uur. Voor hen een heel goed getal, maar voor ons viel dat tegen. Toen hebben we via de voormannen duidelijk gemaakt dat alle bouwvakkers, tot de zzp-ers aan toe, met beschermingsmiddelen moesten werken. En er zijn bouwvakkers vertrokken, maar de mensen die zijn gebleven, waren er wel blij mee!
Feenstra concludeert: ‘Uiteindelijk was er wel resultaat. In het laatste jaar hadden we nog maar één verzuimongeval. Ik heb er veel van geleerd, en er zijn dingen waar ik bij andere werken nu ook beter naar kijk.'
Nieuw Elan
De Shell-medewerkers zijn via gebruikersgroepen betrokken bij de inrichting. Want de één werkt heel erg geconcentreerd, terwijl de ander veel vaker vergaderend bezig is. Met die verschillende werkstijlen is ook rekening gehouden. Er zijn open kantoorgebieden, maar ook overlegkamers. Die zijn weliswaar transparant, maar de privacy is beschermd met gekleurd en geluidwerend glas.
Op de vraag hoe het bevalt, in het nieuwe gebouw, reageert Peters oprecht enthousiast: ‘De mensen zijn heel erg tevreden. Als sitemanager was ik gewend aan veel kritiek, maar nu krijg ik meer complimenten. Er heerst nieuw elan. Op een slotbijeenkomst van de gebruikersgroepen was iedereen heel positief. Het blijkt heel erg leuk om dichter bij het werk van collega's betrokken te zijn. Zelfs binnen afdelingen zie je dat!'
+ + + + +
kadertekst Energiezuinig
Energiemultinational Shell heeft met zijn onderzoekscentrum een energiezuinig en duurzaam gebouw neergezet. De EPC (een getal dat de energiezuinigheid representeert) is 0,9 en dat is veel zuiniger dan de minimumeis uit het Bouwbesluit. Die energiezuinigheid is te danken aan warmte- en koudeopslag in de bodem en het gebruik van groene stroom. Shell is mede-eigenaar van een windmolenpark op de Noordzee. Peters licht de visie die Shell op het energievraagstuk heeft, toe: ‘We denken dat er vijftig tot honderd jaar nodig is voor de energietransitie. In die tijd willen we het verschil maken met innovatie en technologie. Vanwege de groei van de wereldbevolking neemt de vraag naar energie onherroepelijk toe. Met tweede-generatiebiobrandstoffen, die niet met voedsel concurreren, en gas-to-liquids willen we intrinsiek schonere brandstoffen leveren. Daar ligt het accent, maar we sluiten voor de toekomst geen enkele energietechniek uit.'
Kadertekst Glasblazerij
Interessant: Shell beschikt in het gebouw over een eigen glasblazerij waar zeer gespecialiseerd laboratoriumglaswerk gemaakt wordt. Peters: ‘Hoewel er steeds meer met de computer kan, is nog steeds proefondervindelijk onderzoek nodig. En omdat de researcher wil kunnen zien wat er gebeurt, gebruiken we glas. In dit gebouw staan duizend experimentele installaties. Sommige daarvan zijn zó specifiek, dat het glaswerk ervoor niet te koop of uit te besteden is. Dus maken we het zelf.'
+ + + + + + + + +
Betrokken bedrijven
Opdrachtgever: Koninklijke Shell
Aannemer: Heijmans
Architect: Arcadis
Installateur (brandwerende wanden hallen en werkplaatsen): MHB
Installateur (brandwerende wanden liften en trappenhuizen): Emdee
Gevelbouwer: Van Dool
Brandwerende beglazing
Puien hallen en werkplaatsen: 7.000 m² SGG CONTRAFLAM LITE EW60
Brandwerende deuren: 500 m² SGG VETROFLAM
Beglazing liftschachten en trappenhuizen: 1.500 m² SGG CONTRAFLAM EI30
Fotografie
VOOG.NL